Toepassing van spierstimulatie in de praktijk
De behandeling met een apparaat voor spierstimulatie is elektrische spierstimulatie (EMS = electric muscle stimulation). Het is een methode geschikt voor de willekeurig te bewegen, zogeheten dwarsgestreepte spieren; het werkt niet op ingewanden (darmen, interne organen). Je kunt het op elke spier toepassen die dicht bij het lichaamsoppervlak ligt en waarop je elektrische impulsen rechtstreeks kunt afgeven. Daarom is het minder geschikt voor spieren die in diepere lagen liggen. In dit artikel leg ik de algemene regels voor gebruik uit, zodat je bijna elke spier van je lichaam succesvol kunt behandelen.
De elektrische impulsen die het apparaat afgeeft, komen via de elektroden bij het zogenaamde motorische punt van de spier terecht. Op die plaats bereikt de bewegingszenuw de spier.
De elektrische impuls veroorzaakt een reeks contracties in de spier. Je voelt dit als trekkingen en dat veroorzaakt het effect: ontspanning van de spier, verbetering van de bloedcirculatie en toename van kracht – afhankelijk van de instellingen van het behandelingsprogramma.
Bekijk mijn filmpje over het eenvoudige gebruik van het spierstimulatie-apparaat of scroll naar beneden voor gedetailleerde informatie.
Voorbereiding op stimulatie
Voor de behandeling heb je een apparaat nodig dat geschikt is voor spierstimulatie (EMS). (Veel mensen denken ten onrechte dat een TENS-apparaat ook geschikt is voor spierbehandelingen – dat is fout!)
Onderaan dit hoofdstuk vind je enkele suggesties voor apparaten voor spierstimulatie.
Of je een 1-, 2- of 4-kanaals apparaat nodig hebt, hangt af van hoe grote spieren je wilt behandelen. Hoe groter het te behandelen gebied, hoe meer kanalen je nodig hebt. Als alleen één kant van je nek pijn doet, volstaat een 1-kanaals apparaat. Als je beide dijspieren wilt behandelen, heb je een 4-kanaals apparaat nodig.
Per kanaal heb je één stimulatiekabel en 2 zelfklevende elektroden nodig. Op ledematen kun je in plaats van de zelfklevende TENS-pads ook rubber elektroden met bevestigingsbanden gebruiken. Als je dus een 4-kanaals behandeling wilt uitvoeren, heb je 4 kabels en 8 elektroden nodig. Pak deze spullen dus alvast.
Sluit de kabel aan op het apparaat en verbind het andere uiteinde (dat zich splitst en in pinachtige metalen of drukknopjes eindigt) met de elektroden.
De stimulatiekabels kunnen verschillende kleuren hebben. Het maakt niet uit welke kleur kabel je in welke aansluiting van het apparaat steekt. De kleuren zijn enkel bedoeld zodat je de twee uiteinden van een kabel makkelijk kunt herkennen.
Tussen de twee uiteinden van een kabel met dezelfde kleur stroomt de behandelingsstroom; die zorgt voor de samentrekking van de spier. Daaruit volgt dat beide elektroden op dezelfde spier moeten zitten (dit bepaalt ook welke grotere/lange spieren met spierstimulatie behandelbaar zijn).
Plaatsing van elektroden
Als je apparaat, kabels en elektroden zijn voorbereid en aangesloten, is de volgende stap het opplakken van de elektroden op de te behandelen spier. Het is het beste als je de huid eerst met lauwwarm zeepwater wast en droogdept. Hoe vetter, vuiler of zweteriger je huid is, hoe korter je dezelfde elektrode kunt gebruiken.
De plaatsing van de elektroden is essentieel voor effectieve spierstimulatie. Bij de eerste keer gebruik kun je je onzeker voelen. Maar wees niet bang: slecht geplaatste elektroden veroorzaken geen schade, hooguit werken ze niet goed en bewegen je spieren niet.
Elektroden moeten zo geplaatst worden dat de elektrische impuls de neuromusculaire plaat bereikt, die vervolgens het teken tot spiercontractie doorgeeft. Hiervoor moeten de elektroden aan de volgende eisen voldoen:
- Beide elektroden moeten volledig op dezelfde spier of spiergroep zitten;
- Ze moeten in de richting van de spiervezels geplaatst worden (niet dwars op de vezels);
- De ene elektrode moet dicht bij de oorsprong van de spier zitten;
- De andere elektrode moet in het midden van de spiermassa geplaatst worden (daar bevinden zich meestal de meeste motorische platen).
- De hogere/naast de oorsprong geplaatste elektrode kan bij voorkeur tweemaal zo groot zijn als de verder gelegen elektrode.
Moderne apparaten voor spierstimulatie gebruiken rechthoekige, symmetrische golfvormen. Daarom heeft het geen zin om te letten op positieve of negatieve elektroden. In de twee fasen van de golf keert de stroomrichting om. Zo is de ene elektrode de ene keer positief en de andere keer negatief.
In boeken zie je vaak elektrodepictogrammen met positieve en negatieve polen. Dat komt omdat sommige medische therapieën asymmetrische golfvormen gebruiken en daar de polariteit van de elektroden belangrijk is. Bij spierstimulatie maakt dat echter geen verschil.
In verband met polariteit is er ook een andere 'conventie' dat de actieve elektrode als positief en de inactieve als negatief wordt aangeduid. Dat kan een aanwijzing zijn voor relatief verschillende elektrodegroottes. Het is handig als de positieve (actieve) elektrode kleiner is, zodat de stroom geconcentreerd kan worden en dieper in de spierstructuur kan doordringen.
Sommige spiergroepen (bijvoorbeeld biceps, triceps en onderarmspieren) worden met elektroden van gelijke grootte gestimuleerd vanwege het gebruiksgemak. Als er echter ruimte is, laat de passieve elektrode tweemaal zo groot zijn als de actieve elektrode. Bijvoorbeeld op de dijspier: de actieve elektrode bij de knie kan 5×5 cm zijn, terwijl de passieve elektrode in het midden van de dij 5×9 of 5×10 cm kan zijn.
Het belangrijkste principe bij plaatsing is dat beide elektroden die op hetzelfde stimulatiekabel zijn aangesloten op de spier moeten liggen. Als je de buigspier van je onderarm wilt behandelen, moeten beide elektroden op die spier zitten. (Er bestaat niet zoiets als één elektrode op je oor en de ander op je teen zetten en al je spieren gaan bewegen!)
Vanaf het punt waar de spier in een pees overgaat, bevinden zich geen zenuwuiteinden meer. Span de spier die je wilt behandelen aan en voel met je handen! Bepaal hoe ver het 'zacht' deel reikt en waar het in pees overgaat. Plaats elektroden alleen op het spierdeel.
Kwaliteitsapparaten bevatten meestal afbeeldingen met elektrodeplaatsingen. Als je die naloopt, kan er weinig misgaan. Maar voel je vrij om te experimenteren! Verplaats één elektrode een paar millimeter naar rechts-links of omhoog-omlaag en observeer het effect. Al snel ontdek je welk punt het meest effectief is.
De denkbeeldige lijn die de elektrodenset verbindt, moet de richting van de spiervezels volgen. Dat is meestal parallel aan de trekkingsrichting van de spier. Als je elektroden dwars plaatst, trekt de spier samen en kun je krampachtige pijn voelen. Dat komt doordat de stroomkring op de spier een gesloten lus vormt en tegelijkertijd meerdere zenuwen raakt.
Volg de richting van de spiervezels! Als de stroomkring correct gesloten is, ondervindt de elektrische stroom minder weerstand. Dat is belangrijk om een sterke contractie te behouden en verbetert ook je comfortgevoel.
Runner Pro EMS apparaat – spierstimulatie voor sport en revalidatie
Professioneel EMS-apparaat voor hardlopers en sporters. 30 vooraf geprogrammeerde behandelingen voor spierversterking, herstel en pijnverlichting. Ideaal voor revalidatie na blessures en voor prestatieverbetering.
Keuze van het behandelingsprogramma
Veel mensen denken dat elk apparaat voor spierstimulatie hetzelfde effect heeft. Dat is onjuist!
Het effect van spierstimulatie wordt vooral bepaald door
- de kwaliteit van het apparaat (hoe preciezer het apparaat de pulsen produceert, hoe kleiner de behandelingspijn en hoe beter het effect op de spieren),
- de instellingen van het behandelingsprogramma (vooral frequentie, pulsduratie en stroomintensiteit).
Kies het behandelingsprogramma daarom altijd op basis van je doel!
Als je spieren stijf zijn, kies dan voor "ontspannende, stijfheidsverminderende" of "bloedcirculatie bevorderende" programma's. Vermijd alle "versterkende" programma's, omdat die de stijfheid zullen verergeren.
Als je spierkracht verzwakt is, bijvoorbeeld door langdurige ziekte, blessure of operatie, heb je eerst herstel van het uithoudingsvermogen nodig. Daarvoor zijn noch de stijfheidsverminderende, noch het spiermassa-verhogende, noch het maximale-krachtprogramma geschikt. Die komen pas aan de orde wanneer je de basissterkte hebt herwonnen.
Als je nog nooit met spierstimulatie hebt gewerkt, kies dan voor proefbehandelingen met stijfheidsverminderende of circulatiebevorderende programma's. Deze veroorzaken zachte trekkingen en helpen je de stimulatie te leren kennen. Begin je meteen met een maximaal-krachtprogramma, dan is dat pijnlijk en schrikken veel mensen ervan; bovendien kun je al na enkele minuten behandeling flinke spierpijn krijgen.
Zo kun je verloren spierkracht in 12 weken terugwinnen
Behandelingsprogrammavoorstel voor 12 weken
Dit is een algemeen toepasbaar, geleidelijk opgebouwd schema om verloren spierkracht terug te winnen. Het is toepasbaar op elke spiergroep. Let op correcte elektrodeplaatsing.
Week 1
A = Stijfheid verminderen
B = Uithoudingskracht
A = Stijfheid verminderen
B = Uithoudingskracht
| Week 1 | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
| A | X | X | X | X | X | X | X |
| B | X | X | X | X |
C = Stijfheid verminderen
D = Uithoudingskracht
E = Maximale krachtinspanning
| Week 2 – 3 | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
| C | X | X | X | X | |||
| D | X | X | X | X | X | X | X |
| E | X | X |
F = Uithoudingskracht
G = Maximale krachtinspanning
| Week 4 – 12 | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
| F | X | X | X | X | X | X | X |
| G | X | X | X |
Ma=maandag, Di=dinsdag, Wo=woensdag, Do=donderdag, Vr=vrijdag, Za=zaterdag, Zo=zondag
Instellen van de intensiteit
Wanneer je het behandelingsprogramma start, voel je in het begin nog niets. Om iets te laten gebeuren, moet je de stroomintensiteit verhogen.
Zoek op je apparaat naar de + en – knoppen. Elke kanaal heeft zijn eigen bediening. De + knop verhoogt de stroomsterkte, de – knop verlaagt die.
Iedere persoon voelt stroom anders en reageert anders. Je zult zelfs op verschillende dagen anders reageren. Daarom start het apparaat altijd vanaf nul. Jij moet de juiste waarde vinden.
Als je de intensiteit stap voor stap verhoogt, voel je in je spieren geleidelijk zachte trekkingen. Deze zwakke contracties hebben nog geen effect, je moet de intensiteit verder verhogen.
Hoe hoger de intensiteit, hoe krachtiger de contractie en hoe sterker het effect.
Boven een bepaalde (voor jou karakteristieke) waarde wordt de behandeling pijnlijk. Neem dan een paar mA terug! Hoe hoger de stroomsterkte, hoe onaangenamer de behandeling kan zijn. Pijn wordt veroorzaakt door de spanning die door de huid gaat.
Bij ontspannende, stijfheidsverminderende en circulatiebevorderende behandelingen moet de intensiteit gemiddeld zijn. Je moet duidelijke contracties voelen, maar het mag niet onaangenaam of pijnlijk zijn!
Bij spierversterkende behandelingen stimuleer je op het bovenste niveau van je comfortzone. Probeer te vinden bij welke stroomsterkte je het niet meer volhoudt en verlaag dan enkele milliampères (met de – knop).
Een te lage stroomsterkte gebruiken bij spierstimulatie is een fout! Als je geen duidelijke contracties voelt, heeft de behandeling geen effect.
Na de behandeling
Wanneer de behandelingsduur voorbij is, wordt het programma beëindigd en stoppen de impulsen.
Schakel het apparaat uit en verwijder de elektroden één voor één voorzichtig van je huid — niet aan de kabel trekken — en plaats ze meteen terug op de plastic folie.
Tip: als je de elektroden in de koelkast bewaart (niet in de vriezer!), gaat de kleeflaag langer mee.
Hoe lang duurt het?
Spieren worden sterker door de stimulatie, maar niet direct door elektriciteit: het is de vele spiercontracties die de stimulatie veroorzaakt die het resultaat opleveren!
Je lichaam merkt, net als bij fitness, dat de spieren regelmatig "aan het werk" worden gezet. Je lichaam reageert op de belasting. Als het merkt dat er meer spierkracht nodig is, instrueert het hormonale systeem om de hoeveelheid spieropbouwende hormonen te verhogen. Daardoor start de opbouw van spiercellen en geleidelijk ontstaan er meer en sterkere spiervezels.
Dat gebeurt niet in één dag. Van één behandeling (en ook niet van de gebruikelijke 10 in een kliniek) valt niets te verwachten.
Een spierstimulatiebehandeling geeft pas resultaat bij minimaal 8–12 weken dagelijkse behandeling. Eén- of tweemaal per week heeft geen noemenswaardig effect.
Geleidelijkheid is belangrijk! In de eerste week moeten je spieren wennen aan de stimulatie; vanaf de tweede week krijg je steeds frequentere en sterkere behandelingen, en nadat de basis is gelegd, begin je met de echte versterkende fase.
Aan het einde van week drie of vier zul je voelen dat de behandelde spieren steviger zijn, maar ze zijn nog niet "klaar".
Stop na drie maanden stimulatie niet, want zonder regelmatige contracties zal de spierkracht weer afnemen.
Vanaf dat moment kun je overstappen op traditionele oefeningen/training/lichaamsbeweging. Daarmee behoud je de conditie van je spieren en gebruik je stimulatie voortaan alleen als aanvulling, ter verbetering van herstel en bevordering van de bloedcirculatie.
