Carpaal tunnelsyndroom
Het ontstaan van het carpaal tunnelsyndroom
Eenzijdige, herhaalde belasting (bijvoorbeeld typen, langdurig muisgebruik, hameren, enz.) leidt tot ontsteking in de pezen; deze zwellen op en knijpen de ertussen lopende zenuw (nervus medianus – middenzenuw) samen.
De nervus medianus loopt van de halswervelkolom via de schouder en elleboog naar de pols. Hij verzorgt ook de zenuwvoorziening van een groot deel van de buigspieren van onderarm en hand. Bij bepaalde aandoeningen, zoals diabetes, reuma of schildklierdisfunctie, is het risico op het ontstaan van een tunnelsyndroom groter.
De innervatie van de hand gebeurt via drie zenuwen.
- de middenzenuw (nervus medianus) verzorgt de palmaire zijde van duim, wijs- en middelvinger, en hun laatste kootjes,
- de ulnaire zenuw (nervus ulnaris) verzorgt de innervatie van ring- en pink,
- naar de rugzijde van duim, wijs- en middelvinger loopt de radiale zenuw (nervus radialis).
Er is sprake van een tunnelsyndroom bij inklemming van de middenzenuw. Wanneer deze zenuw wordt samengedrukt, ontstaat er tinteling in duim, wijs- en middelvinger.
Aanvankelijk alleen overdag en voor korte periodes, later ook ’s nachts, en uiteindelijk kunnen de tintelingen constant worden.
Behandeling van het carpaal tunnelsyndroom
De behandeling van het carpaal tunnelsyndroom is meestal conservatief en heeft als doel de ontsteking te verminderen. Het kan echter voorkomen dat deze inspanningen niet tot resultaat leiden en dat een chirurgische oplossing nodig is.
De eerste en belangrijkste stap in de behandeling is ontlasting: stop met die activiteiten die tot overbelasting van de pezen hebben geleid (sport of werk).
Bij pas ontstane polspijn kan koelen nuttig zijn. Koelbanden met gel die de gewrichtsvorm volgen, zijn het meest geschikt. Gebruik je gewone ijsblokjes, leg dan altijd een handdoek tussen het ijs en de huid. IJs die direct en langdurig op de huid wordt gelegd kan bevriezingsletsel (vorstschade) veroorzaken! Het pijnstillende effect van koelen is het sterkst als de huidtemperatuur in 10–15 minuten met minstens 15 °C daalt.
Gelijktijdig kunnen niet-steroïde ontstekingsremmers worden gebruikt. Als de pijn na 2–3 dagen koelen niet vermindert, stop dan met koelen, want overmatig koelen vertraagt ook het genezingsproces.
TENS-behandeling
Voor pijnverlichting kunnen de elektrische impulsen van TENS-apparaten worden gebruikt. Plak één elektrode 3–5 cm boven en één elektrode 3–5 cm onder het pijngebied en behandel zo. Heeft uw apparaat een modulair TENS-programma, gebruik dat dan; zo niet, dan kunt u ook de traditionele of endorfine-programma's kiezen. TENS is symptomatische behandeling: het vermindert de pijn maar heeft geen direct effect op het genezingsproces.
Microstroomtherapie
De microstroombehandeling wordt op vergelijkbare wijze toegepast als TENS, met het verschil dat microstroom naast pijnstilling ook de membraan van zieke, ontstoken cellen regenereert, de ontsteking effectief vermindert en het herstel bevordert.
Ultrageluidbehandeling
De ultragolven verhogen de temperatuur van het behandelde weefsel, versnellen de bloedcirculatie en daarmee het genezingsproces. Gebruik altijd contactgel bij ultrageluidbehandeling. Beweeg de behandelkop langzaam in cirkelvormige bewegingen over het pijnlijke gebied. Lees mijn artikel over ultrageluiddosering.
Behandeling van het tunnelsyndroom met laagenergetische laser
Richt de laserstraal op de carpaal tunnel en houd deze daar totdat u 5 Joule energie aan het pijnlijke gebied heeft toegediend. Voor lasers met verschillende vermogens zijn verschillende behandelduur nodig – raadpleeg de handleiding van het apparaat. De laserenergie dringt diep in de weefsels door, stimuleert het herstel en vermindert effectief pijn en ontsteking. Aanbevolen apparaat: Personal Laser L400
Magnetotherapie
Bij aandoeningen van gewrichten of pezen – dus ook bij het carpaal tunnelsyndroom – is de door elektrische stroom opgewekte pulserende magnetische veldtherapie effectief.
Let op: zogenaamde statische magneten die niet door elektrische stroom worden opgewekt (armbanden, kettingen, bandjes, riemen, enz.) hebben geen medisch bewezen effect.
Als deze ontstekingsremmende, conservatieve behandelingen geen effect hebben of als de geleidingssnelheid van de beknelde zenuw duidelijk meer dan gemiddeld is afgenomen (aangetoond met ENG/EMG-onderzoek), dan kan een chirurgische ingreep door een handchirurg worden overwogen.