Telefon +36-53/200108
De Flex-Ion is bedoeld om kracht, flexibiliteit en coördinatie van de vingers, de hand en de onderarmspieren terug te winnen.
Het apparaat is geschikt voor thuisgebruik en voor fysiotherapeuten, oefentherapeuten en revalidatieteams.
De weerstand (kracht) wordt aangegeven met verschillende kleuren.
Meestal is bij het begin van revalidatie een lagere weerstand nodig; naarmate de kracht terugkeert kan worden overgestapt op een hogere weerstand.
De Flex-Ion wordt gebruikt bij verlies van spierkracht, bewegingsvermogen of bij coördinatieproblemen. Dit ziet men vaak na een beroerte, een ruggenmergletsel of een operatie. Ook in geval van immobiliteit door een ongeval, sportblessure of een gipsverband kan het nodig zijn.
Voor revalidatie en het herstel van oorspronkelijke mogelijkheden raadpleeg een deskundige (fysiotherapeut, oefentherapeut, etc.).
Een specialist helpt bepalen welke oefeningen passend zijn en welke weerstand van de Flex-Ion geschikt is. Begin doorgaans met een lichtere weerstand en wissel naar zwaardere varianten naarmate de kracht toeneemt. Een te hoge weerstand kan door overbelasting klachten verergeren.
Pak het apparaat vast met de vingertoppen op de knoppen en de duim aan de andere kant. Buig alle vingers tegelijk (alsof u een vuist maakt) en druk de toetsen in. Voer de bewegingen langzaam en in een comfortabel tempo uit. Houd enkele seconden vast en laat los. Herhaal 10–15 keer.
Pak de Flex-Ion vast zodat uw vingers de duim aan de andere kant bereiken. Knijp uw vingers samen en druk tegelijk alle toetsen in. Houd enkele seconden vast en laat los. Herhaal 10–15 keer.
Leg uw wijsvinger op één toets van de Flex-Ion tegenover de duim. Buig de wijsvinger en duim tegelijk terwijl u de toets indrukt. Voer de bewegingen langzaam en comfortabel uit. Houd enkele seconden vast en laat los. Herhaal 10–15 keer. Wissel daarna naar de middelvinger en herhaal. Doe dit voor elke vinger.
Houd de Flex-Ion vast met de vingertoppen op de knoppen, tegenover de duim. Buig de vingers terwijl u de toetsen indrukt. Voer de oefening langzaam uit, houd enkele seconden vast en laat los. Herhaal 10–15 keer.
Houd het apparaat vast met de wijsvinger onderaan en de duim op de eerste knop. Druk met de duim op de eerste knop.
Pak het apparaat vast en plaats de wijsvinger op de tweede knop. Druk de tweede knop in alsof u een trekker overhaalt.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden; er zijn veel meer bewegingen mogelijk die een oefentherapeut of fysiotherapeut u kan leren.