De grote samenzwering
Ik ben helemaal geen aanhanger van complottheorieën. Maar het proces dat bekendstaat als de grote Rockefeller–Carnegie-samenzwering verdient toch enige overweging. Want het veranderde fundamenteel de medische opleiding, de patiëntenzorg en de mogelijkheden van genezing. Het belangrijkste effect was dat de gezondheidszorg een business werd — en wel een enorme business.
Tegenwoordig verloopt de opleiding van artsen wereldwijd volgens zeer vergelijkbare principes. Een Amerikaanse, een Hongaarse of een Nigeriaanse arts moet min of meer hetzelfde weten. Dezelfde wetenschappelijke principes moeten gevolgd worden, zowel in het oosten als in het westen van de wereld. Uniforme protocollen bepalen hoe een bepaalde ziekte moet worden onderzocht en welke onderzoeken uitgevoerd moeten worden. Ook de behandelingen zijn wereldwijd in grote lijnen gelijkgemaakt. Ziekten — ongeacht de oorzaak — worden in de overgrote meerderheid van de gevallen met chemische stoffen, dat wil zeggen met geneesmiddelen, behandeld.
Toch rijst de vraag: miljarden mensen gebruiken dagelijks medicijnen volgens de bovenstaande geharmoniseerde protocollen, maar het aantal geregistreerde patiënten neemt niet af; het neemt juist blijvend toe. Alsof de medicijnen niet genezen, maar mensen ziek houden.
Toen ik in 1991 klaar was met de medische universiteit en als dienstdoende arts begon te werken, had men in Hongarije anderhalf miljoen patiënten met hoge bloeddruk geregistreerd. Volgens de meest recente gegevens van het Hongaars Centraal Bureau voor de Statistiek (KSH) is dat aantal verdrievoudigd, tot 4,3 miljoen. Terwijl in die periode juist veel zogenaamd effectieve bloeddrukverlagende middelen op de markt zijn gekomen. Dertig jaar geleden kon je de bloeddruk vaak normaliseren met één pil, tegenwoordig schrijft men standaard combinaties van 3–4 middelen voor.
Maar waarom is dat zo gelopen?
Het proces begon in Amerika, hing samen met het farmaceutische bedrijfsleven en heeft wereldwijd alle andere genezingsmethoden verdrongen.
De grote samenzwering
John D. Rockefeller was in zijn tijd de rijkste man, en hij wilde zijn oliemonopolie uitbreiden naar de gezondheidszorg en de handel in geneesmiddelen. Hij wist precies hoe je medicijnen kon octrooieren en wist ook dat je natuurlijke werkzame stoffen niet op dezelfde manier kon beschermen. Daarom moest hij de concurrentie uitschakelen, oftewel alle natuurlijke geneeswijzen onmogelijk maken: homeopathie, kruidentherapieën, manuele therapieën, elektrotherapie, behandelingen met magnetische velden en al het soortgelijke.
Eerder had hij al vriendschap gesloten met de staalmagnat Andrew Carnegie. Samen ontwikkelden ze een omvangrijk plan. Een plan dat de richting van medische opleiding en zorg in de Verenigde Staten — en later langzaam in de rest van de wereld — voorgoed veranderde. Op voorstel van Rockefeller richtte Carnegie de Carnegie Foundation op.
Daar kwam Abraham Flexner in beeld, een docent en schoolhouder die opviel met een kritische verhandeling over het Amerikaanse onderwijssysteem. De Carnegie Foundation gaf hem opdracht een inventarisatie te maken. Hij bezocht alle toenmalige (155) Amerikaanse en Canadese medische opleidingsinstituten en rapporteerde zijn bevindingen in het Flexner Report.
Hij stelde vast dat medische scholen verschillende benaderingen hanteerden, dat de duur van de opleidingen uiteenliep, dat men verschillend dacht over de rollen en taken van arts en patiënt, over welke onderzoeken nodig waren en uiteraard ook over behandelingen. Hij wees erop dat artsen die uit verschillende scholen kwamen inhoudelijke verschillen in kennis en vaardigheden hadden. Op sommige plaatsen werd anatomie niet eens onderwezen, waardoor artsen zonder basiskennis de praktijk in gingen. Anderen legden de nadruk op manuele therapieën, enzovoort. De kennis en vaardigheden van artsen verschilden sterk, wat uiteraard tot uiteenlopende behandelpraktijken leidde.
Hij stelde uniformering van de eisen voor medische opleidingen voor: gelijke studieduur, gelijke vakken en leermateriaal. Hij eiste dat alleen gestandaardiseerde, op uniforme wijze geproduceerde middelen werden onderwezen en dat alle middelen waarvan de productie of de werkzame stof onzeker was, weggelaten moesten worden (bijvoorbeeld geneeskrachtige kruiden en geneeskrachtige theesoorten). Ook rekende hij alle natuurlijke geneeswijzen, volksgeneeswijzen — kortom 'kwakzalver'methoden — tot de niet te onderwijzen categorie. Zo kwam ook voeding helemaal niet meer in het curriculum voor.
Protocollen op alle niveaus
Rockefeller, die de geneesmiddelendistributie wilde monopoliseren, en Carnegie grepen het Flexner-rapport aan. Rockefeller schonk een enorm bedrag (in huidige termen honderden miljoenen dollars) aan de stichting om zijn aanbevelingen te realiseren.
Flexner bleek een uitstekende 'breekijzer'. Hij was zelf een fervent voorstander van de theorie dat ziekten biochemische oorzaken hebben en wees alles af wat daarvan afweek. Zijn positie werd bovendien versterkt doordat hij en zijn zoon inkomsten ontvingen van de Carnegie Foundation.
Door het Rockefeller–Carnegie-plan kwam de medische opleiding al snel op flexneriaanse leest te staan. Zo succesvol zelfs dat het Congres die normen in 1910 wettelijk vastlegde. Scholen die de door het Flexner-rapport aanbevolen normen niet overnamen en invoerden, werden al snel gesloten. Holistische genezing, traditionele manuele therapieën, kruidenextracten, botanische werkzame stoffen en alle vormen van elektrotherapie werden "verboden". Artsen die deze methoden toepasten, werden in sommige gevallen wegens kwakzalverij gevangen gezet.
In de geschiedenis van de geneeskunde bestonden vele natuurgenezingsscholen. In het Oosten zijn traditionele Chinese, Tibetaanse, Japanse en ook de Hindoe (Ayurveda) geneeskunde nog steeds geaccepteerd. Het plan van Rockefeller en Carnegie verving al die wegen door één enkele route — de hunne. Omdat zij het onderwijssysteem hadden overgenomen, stond niets een verspreiding in de weg van behandeling met gepatenteerde geneesmiddelen als de enige mogelijke manier van genezen.
Om te waarborgen dat medische scholen volledig deze richting zouden inslaan, begon de Carnegie Foundation de instellingen financieel te steunen. Als voorwaarde stelde men dat de stichting één lid in de raad van bestuur van de school mocht benoemen. Als de school geld wilde, moest zij daarmee instemmen. Via dat bestuurslid werd gegarandeerd dat uitsluitend een op geneesmiddelen gerichte leerstof werd onderwezen.
Latere gevolgen
De uniformering van de medische opleiding was slechts de eerste fase. De tweede fase volgde pas decennia later, in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Die uniformering werd uitgebreid naar behandelprotocollen. De holistische, op de individuele patiënt gerichte onderzoek- en genezingsaanpak werd 'met pensioen gestuurd'. De nieuwe methode was het uniforme protocol. Bij onderzoek van eenzelfde symptoomgroep moeten alle patiënten dezelfde onderzoeken ondergaan en volgens het protocol behandeld worden.
Wat is het effect tegenwoordig?
De situatie is nu zover verslechterd dat een arts vrijwel geen ruimte meer krijgt om zelf na te denken. Hij moet een diagnostisch, en daarna een behandelprotocol uitvoeren. Een protocol bepaalt welke onderzoeken bij een vermoeden van een bepaalde ziekte moeten worden uitgevoerd, zelfs als de diagnose heel duidelijk lijkt. In het protocol kunnen ook extra aanbevolen onderzoeken staan voor het geval dat.
Stel dat je koorts hebt, hoest en bij elke ademhaling scherpe pijn in je rug voelt. Vanaf het eerste moment verdenkt de arts longontsteking. In mijn beginjaren pakten we de stethoscoop en luisterden naar de ademhaling van de patiënt. Want een longontsteking kan met dit eenvoudige onderzoek worden vastgesteld.
Tegenwoordig stuurt de arts je echter naar het laboratorium, voor een ECG (om een hartinfarct uit te sluiten), naar een thoraxfoto (om longontsteking aan te tonen of uit te sluiten), en soms zelfs voor een buik-echografie (om een ontsteking of bloeding in de buikholte uit te sluiten). Als je geluk hebt, blijft het daarbij en krijg je behandeling. Zo niet, dan komen er nog extra onderzoeken zoals een CT-scan bij.
Al die onderzoeken gebeuren niet (alleen) in jouw belang!
De arts wil zich juridisch indekken en kan zeggen dat hij alles heeft gedaan wat het protocol voorschrijft. Zodat je hem niet kunt aanklagen wegens nalatigheid. Hoe onzeker hij zich voelt, hoe meer onderzoeken hij zal laten uitvoeren om zich in te dekken.
Voor de onderzoeken krijgt de instelling geld. Zelfs als het onderzoek onnodig was, het resultaat negatief is en een simpele beluistering met de stethoscoop volstaan had.
Nadat met veel dure (en deels overbodige) onderzoeken is vastgesteld dat je longontsteking hebt, treedt het behandelprotocol in werking.
Je krijgt een antibioticum, een slijmoplossend middel, een koortsverlager, een hoestremmer — in ieder geval meerdere verschillende medicijnen. Want het staat in het protocol.
De gezondheidszorg als groot business
De door Flexner geïnitieerde, maar onder Rockefeller-financiële begeleiding tot stand gebrachte uniforme artsopleiding en protocolgedachte maakte van de gezondheidszorg een van 's werelds grootste bedrijfstakken. De toename van verplichte onderzoeken, de voor een diagnose voorgeschreven behandelingen en geneesmiddelcombinaties vergroten de uitgaven voortdurend. Noch regeringen, noch individuen kunnen de explosief stijgende kosten bijbenen.
Men houdt zich niet langer bezig met jou en jouw genezing, men volgt protocollen. Het is in het belang van de gezondheidsindustrie dat er steeds meer en duurdere onderzoeken en ingrepen bij je worden uitgevoerd. Dat je zoveel mogelijk medicijnen gebruikt en bij voorkeur zo lang mogelijk.
En toch bestaan er methoden waarmee het grootste deel van de ziekten voorkomen of hersteld kan worden. Het zou in jouw belang zijn om daarvan op de hoogte te zijn en ze toe te passen.
Voor de spelers in de gezondheidsindustrie is het echter geen goed business als jij beter wordt! Dat is zeer slecht voor hen.