Chronische ziekte: van wie verwacht u verbetering van uw toestand?
Als arts heb ik jarenlang hetzelfde tafereel meegemaakt: de patiënt vertelt zijn klachten en verwacht dat ik hem „in orde maak” en zijn verloren gezondheid teruggeef. Hij krijgt medicijnen, ik vertel wat hij moet doen (afvallen, meer bewegen, minder roken en alcohol drinken enzovoort), hij krijgt een controleafspraak en een jaar later zit hij daar weer, alleen in een slechtere toestand. Niet omdat ik iets verkeerd heb gedaan, maar omdat hij de medicijnen wel heeft ingenomen en al het andere naast zich heeft neergelegd.
Bij een chronische ziekte is de rolverdeling echter anders dan bijvoorbeeld bij een blindedarmontsteking, breuk, infectie of hartinfarct. In die situaties zijn de arts en therapeuten de hoofdrolspelers en nemen zij het probleem weg.
Bij een chronische ziekte is de arts eerder uw coach. Hij loopt niet zelf het veld op. Hij stelt de diagnose, schrijft medicijnen voor en legt uit welke aanpak u moet volgen, maar u bent degene die elke dag het veld op gaat. Dit artikel laat zien waarom bij een chronische ziekte een verandering van leefstijl en uw actieve deelname de sleutel tot herstel zijn. Ik bespreek ook hoe u kunt beginnen, zodat u over drie maanden meetbare resultaten ziet.
Kernidee
De overgrote meerderheid van chronische ziekten ontstaat in de loop van jaren of decennia onder invloed van leefstijlfactoren, zoals voeding, te weinig beweging, langdurige stress, slaaptekort, roken en alcohol. Deze oorzaken kunnen niet met medicijnen worden weggenomen. Een tablet beweegt niet voor u, slaapt niet voor u en kiest geen gezonde voeding voor u. Het oude medische gezegde geldt nog steeds: medicus curat, natura sanat — de arts behandelt, de natuur geneest. Het is uw taak om de „natuur” — de zelfherstellende processen van uw eigen lichaam — de juiste voorwaarden te geven.
Hoe wordt leefstijl een ziekte — en waarom zijn medicijnen niet voldoende?
Het is goed om drie verbanden te begrijpen. Zonder deze verbanden lijkt een chronische ziekte een onbegrijpelijke en onrechtvaardige ramp; met dit inzicht wordt het een proces waaraan u iets kunt doen. Klik op de tabbladen:
Een chronische ziekte ontstaat niet van de ene op de andere dag. Voorafgaand aan diabetes type 2 bestaat jarenlang insulineresistentie; vóór een hartinfarct bouwt plaque zich tientallen jaren op in de vaatwand; vóór een knieprothese slijt het kraakbeen twintig jaar lang. Intussen past het lichaam zich aan en compenseert het. Daarom zijn er nog geen klachten. De eerste signalen (vermoeidheid, een stijgende bloeddruk, slechtere laboratoriumwaarden of een gewricht dat „alleen ’s ochtends pijn doet”) wijzen er al op dat de compensatie uitgeput raakt.
Dat is tegelijk slecht en goed nieuws: slecht, omdat het proces al lang bestaat tegen de tijd dat het pijn gaat doen; goed, omdat dezelfde traagheid ook omgekeerd geldt — het lichaam reageert ook op veranderingen in de goede richting, en daarvoor is het nooit te laat. Stoppen met roken en beginnen met bewegen levert ook op 60- of 70-jarige leeftijd meetbare verandering op.
Chronische ziekten komen zelden alleen. De processen versterken elkaar en verslechteren de toestand.
Een typische „waterval”: door te weinig beweging verzwakken de spieren → door een zwakke rompmusculatuur ontstaat lage rugpijn → door de pijn beweegt u nog minder → het lichaamsgewicht neemt toe → het extra gewicht belast de knie en beschadigt de gewrichten → hoge bloeddruk en een verhoogde bloedsuikerspiegel ontstaan → slechte slaap en stress veroorzaken verdere achteruitgang. Deze vicieuze cirkel verklaart waarom iemand die „alleen” met lage rugpijn begon, tien jaar later met vijf diagnoses en acht soorten medicijnen leeft.
Maar de cirkel kan ook de andere kant op draaien: één verandering die op de juiste plek begint — bijvoorbeeld dagelijks 30-40 minuten bewegen — verbetert meerdere schakels tegelijk. Ik heb een apart artikel geschreven over de gevolgen van te weinig beweging: De gevolgen van te weinig beweging voor uw lichaam →
Bij een chronische ziekte behandelen medicijnen meestal het gevolg en niet de oorzaak: een bloeddrukverlager verlaagt de bloeddruk zolang u hem gebruikt; een diabetesmedicijn verbetert de bloedsuikerspiegel zolang u het gebruikt; een pijnstiller onderdrukt de kniepijn zolang u hem gebruikt.
Dat betekent niet dat u uw medicijnen niet moet innemen. Goed ingestelde medicatie voorkomt complicaties en redt levens. Maar het is wel een argument dat medicijnen alleen niet genoeg zijn. De oorspronkelijke oorzaak van het probleem — overtollige kilo’s, te weinig beweging en roken — blijft ondanks de medicijnen tegen u werken. Daarom zijn na verloop van tijd vaak steeds meer middelen nodig.
Een verandering van leefstijl is de enige interventie die de oorzaken zelf aanpakt en daardoor iets kan wat medicijnen niet kunnen: de behoefte aan medicijnen verminderen.
De zes pijlers van leefstijlgeneeskunde
Leefstijlgeneeskunde (lifestyle medicine) is tegenwoordig een zelfstandig, op bewijs gebaseerd medisch vakgebied met eigen internationale beroepsverenigingen. Het is geen „alternatieve geneeskunde”, maar een aanvulling op de reguliere geneeskunde op het punt waar medicijnen het zwakst zijn: bij de oorzaken van ziekten.
De aanpak rust op zes pijlers. Belangrijk is dat u ze niet allemaal tegelijk perfect hoeft uit te voeren. Bij elke pijler is regelmaat belangrijker dan heldhaftigheid.
| Pijler | Wat betekent dit in de praktijk? | Realistische eerste stap |
|---|---|---|
| 1. Voeding | Een volwaardige voeding op basis van groente en fruit, met minder geraffineerde koolhydraten, suikerhoudende dranken en bewerkt vlees. In Hongarije heeft twee derde van de volwassenen overgewicht of obesitas. Het bord is daarom vaak het beste startpunt. | Dagelijks één portie extra groente en water in plaats van een suikerhoudende frisdrank; over de wiskunde van afvallen: Afvallen – het eenvoudige recept voor succes → |
| 2. Regelmatige beweging | Minstens 150 minuten matig intensieve beweging per week plus 2 krachttrainingen per week. Het gaat niet om sportprestaties, maar om „beweging als medicijn”: tegelijk voor bloeddruk, bloedsuiker, stemming en gewrichten. | Dagelijks 20-30 minuten stevig wandelen. Regelmaat telt, u hoeft niet voor de Olympische Spelen te trainen. |
| 3. Slaap | 7–9 uur, bij voorkeur op vaste tijden. Langdurig slaaptekort verslechtert de insulinegevoeligheid en verhoogt de bloeddruk en de eetlustbevorderende hormonen. | Ongeveer dezelfde bedtijd en het laatste halfuur zonder scherm; als u snurkt en overdag in slaap valt: slaapapneu uitsluiten → |
| 4. Stressmanagement | Langdurige stress verhoogt via het autonome zenuwstelsel aantoonbaar de bloeddruk, de bloedsuikerspiegel en ontstekingsactiviteit. | Dagelijks 10 minuten ademhalingsoefeningen of meditatie; meer achtergrondinformatie: Het parasympathische zenuwstelsel en chronische ziekten → |
| 5. Schadelijke gewoonten | Roken is de sterkste afzonderlijke risicofactor. Volgens de huidige gegevens ligt de veilige ondergrens voor alcoholgebruik rond nul. | Vraag uw huisarts om hulp bij het stoppen. Met medicamenteuze ondersteuning is de kans op succes meerdere keren groter. |
| 6. Sociale contacten | Eenzaamheid en sociaal isolement zijn risicofactoren die vergelijkbaar zijn met roken. Een steunende omgeving bevordert het volhouden van elke verandering van leefstijl het sterkst. | Doe het niet alleen: wandelen met een vriend, samen koken of deelnemen aan een groepsactiviteit. |
De zes pijlers zijn geen zes losse taken, maar één systeem. Wie beweegt, slaapt beter; wie beter slaapt, verlangt minder naar suiker; wie minder stress heeft, kan gemakkelijker nee zeggen tegen een sigaret. Daarom doen patiënten in onderzoeken die op meerdere pijlers tegelijk gematigde veranderingen aanbrengen het steeds beter dan patiënten die in één ding perfect zijn.
Wat kunt u bij de meest voorkomende ziekten van een verandering van leefstijl verwachten?
Wat volgt zijn geen beloften, maar resultaten uit klinische onderzoeken, per ziekte en met cijfers. Open het onderdeel dat op u van toepassing is:
In het Britse DiRECT-onderzoek kregen mensen met recent vastgestelde diabetes type 2 (minder dan 6 jaar geleden) een gestructureerd programma om af te vallen via de huisartsenpraktijk. Na één jaar was de diabetes bij 46% van de deelnemers in remissie: normale bloedsuikerwaarden zonder diabetesmedicatie. Het effect hing af van de hoeveelheid gewichtsverlies: bij mensen die meer dan 15 kg afvielen was het remissiepercentage 86%.1
Dit is de belangrijkste boodschap uit het diabetologisch onderzoek van het afgelopen decennium: vroege diabetes type 2 is niet per se een levenslang vonnis. Bij een ziekte die al langer bestaat is volledige remissie zeldzamer, maar ook dan zijn een lagere medicatiebehoefte en een vertraging van complicaties mogelijk.
Volgens de gecombineerde gegevens van 270 gerandomiseerde onderzoeken met bijna 16.000 deelnemers verlaagt regelmatige training de systolische bloeddruk in rust met 4–8 mmHg. Gecombineerde training (conditie plus kracht) gaf gemiddeld 6 mmHg verlaging; isometrische oefeningen, zoals een squat tegen de muur, 8 mmHg.3
Bij veel mensen is dat vergelijkbaar met de werking van één medicijn. Daarbij komen het verminderen van zout, afvallen en stoppen met alcohol. Samen is het een realistisch doel om uw bloeddruk met minder medicijnen binnen de streefwaarden te krijgen. Meer informatie: Hoge bloeddruk en de behandeling ervan →
Bij het analyseren van het lopen van mensen met knieartrose en overgewicht bleek dat elke verloren kilogram lichaamsgewicht per stap ongeveer 4 kilogram minder belasting van het kniegewricht betekent.4 Bij enkele duizenden stappen per dag vermindert 5 kg gewichtsverlies de dagelijkse belasting van het kraakbeen met tonnen. Daarnaast beschermt sterkere musculatuur rond het gewricht het gewricht als een levende ondersteuning die het gewricht ontlast. Daarom is niet ontzien, maar verstandig gedoseerde beweging de basis van de behandeling van artrose. Meer informatie: Knieartrose →
De klassieke Lifestyle Heart Trial volgde mensen met coronairlijden vijf jaar lang. Bij de deelnemers die het intensieve leefstijlprogramma volgden (voornamelijk plantaardige voeding, beweging, stressmanagement, niet roken en groepsondersteuning) nam de vernauwing van de kransslagaders gemiddeld licht af. In de controlegroep die de gebruikelijke zorg kreeg, verslechterde de vernauwing verder en traden meer dan twee keer zoveel hartproblemen op.5 Het onderzoek was klein en het programma streng, maar de richting is sindsdien in veel grotere onderzoeken bevestigd: de snelheid van aderverkalking kan door leefstijl aanzienlijk worden beïnvloed. Achtergrondinformatie: Aderverkalking en vaatvernauwing →
Op basis van tientallen jaren follow-up van meer dan 120.000 mensen is berekend dat iemand die vijf basisregels volgt — niet roken, een normaal gewicht hebben, dagelijks 30 minuten bewegen, met mate of geen alcohol drinken en gezond eten — op 50-jarige leeftijd gemiddeld 12–14 jaar langer kan leven dan iemand die geen van deze regels volgt.2 Bijna driekwart van het totale sterfterisico kan aan leefstijl worden toegeschreven.
Ik heb apart geschreven over de relatie tussen leefstijl en kanker: De belangrijkste risicofactor voor kanker is leefstijl →
Wie heeft welke taak? De rolverdeling
De behandeling van een chronische ziekte is teamwork. Binnen dat team moeten de rollen echter duidelijk zijn. De meeste teleurstellingen ontstaan doordat de patiënt van de arts verwacht wat alleen hijzelf kan doen, terwijl de arts niet duidelijk genoeg zegt wat hij van de patiënt verwacht.
| Betrokkene | Wat is zijn of haar taak? | Wat moet u niet verwachten? |
|---|---|---|
| Arts (huisarts, specialist) | Diagnose, instellen en aanpassen van medicatie, screening op complicaties, vaststellen van streefwaarden, adviseren over de richting van de leefstijlverandering en medische begeleiding daarvan | Dat hij u met een paar tabletten geneest. Bij een chronische ziekte is dat niet realistisch. |
| Fysiotherapeut, diëtist, trainer | Een persoonlijk bewegings- en voedingsplan, het aanleren van de juiste techniek en het geleidelijk opbouwen van belasting | Dat hij het hele traject voor u aflegt. Een voedingsadviseur kan niet voor u eten en een fysiotherapeut of trainer kan niet voor u bewegen. |
| Uzelf | De dagelijkse uitvoering: voeding, beweging, slaap, medicatie, zelfcontrole (dagboek van bloeddruk, bloedsuiker en lichaamsgewicht) en eerlijke feedback aan de arts | Verwacht geen perfectie van uzelf. Een plan dat u elke dag voor 65% volgt, werkt beter dan een plan van 100% dat u na drie weken opgeeft. |
| Hulpmiddelen voor thuis | Meten en feedback geven (bloeddrukmeter, bloedglucosemeter, weegschaal en stappenteller) en klachten aanvullend behandelen (fysiotherapeutische apparaten). Ze helpen ook de motivatie, omdat ze resultaten zichtbaar maken. | Geen enkel apparaat vervangt leefstijl of medicatie. Lees hier waar ze voor dienen: Waarvoor dient medische technologie voor thuis? → |
Waarom is het ziekenhuis niet de plek waar een chronische ziekte zich afspeelt?
Ons zorgsysteem is gebouwd rond acute problemen. Daar zijn snelle, deskundige interventies doorslaggevend, en daarin is het systeem goed. Een chronische ziekte speelt zich echter niet af in de spreekkamer, maar in uw keuken, op uw werk en in uw bed — op plaatsen waar het zorgsysteem niet komt. Daarom is het niet de „schuld van artsen” dat het aantal mensen met een chronische ziekte toeneemt, en daarom komt de ommekeer ook niet van hen, maar uit de dagelijkse keuzes van patiënten — van u. Meer hierover: Waarom is het ziekenhuis niet de plaats voor de behandeling van chronische ziekten? →
Het startplan voor 90 dagen
Negentig dagen, omdat de meeste meetbare waarden — bloeddruk, bloedsuiker, lichaamsgewicht en belastbaarheid — in die tijd al zichtbaar veranderen. En omdat iets wat 90 dagen lukt geen voornemen meer is, maar een gewoonte. Het plan is bewust bescheiden. Het doel is dat u het, als u eenmaal begint, de rest van uw leven kunt volhouden zonder zelfkwelling of lijden.
| Fase | Wat moet u doen? | Wat moet u meten? |
|---|---|---|
| Week 1–2: uitgangssituatie | Verander nog niets, maar meet. Schrijf een week lang op wat u eet; meet ’s ochtends en ’s avonds uw bloeddruk; tel uw stappen. Bespreek met uw huisarts dat u met een verandering van leefstijl begint en vraag uw actuele laboratoriumwaarden op. | Uitgangsgewicht, middelomtrek, gemiddelde bloeddruk, dagelijks aantal stappen en laboratoriumwaarden |
| Week 3–6: één pijler | Kies de gemakkelijkste verandering en richt u alleen daarop. Begin dagelijks met 20-30 minuten stevig wandelen en laat suikerhoudende dranken weg. Koppel dit aan een bestaande gewoonte (direct na de lunch wandelen) en bereid het de avond ervoor voor (schoenen klaarzetten). | Aantal wandeldagen per week. Het doel is 5+, niet een bepaalde snelheid. |
| Week 7–10: tweede pijler | Als de eerste verandering vanzelf gaat, komt de volgende: de bordregel (half bord groente, minder bijgerecht), een vaste bedtijd of dagelijks 10 minuten ademhalingsoefeningen. Steeds maar één nieuwe gewoonte tegelijk. | Eenmaal per week het gewicht, steeds op dezelfde tijd en op dezelfde manier; op 2-3 ochtenden per week de bloeddruk |
| Week 11–13: evaluatie en arts | Meet opnieuw en ga met de resultaten terug naar uw huisarts. Als de waarden zijn verbeterd, kan hij beslissen over aanpassing van de medicatiedosering. Stel het doel voor de volgende 90 dagen vast. | Dezelfde waarden als in week 1. Het verschil is uw bewijs. |
Als u vastloopt — want dat gebeurt iedereen — gooi het plan dan niet weg. Maak van 30 minuten wandelen 15-20 minuten, maar houd het dagelijks vol. Terugvallen is geen mislukking, maar onderdeel van het proces. Het gaat erom hoe vaak u de draad weer oppakt. Als uw herstel langzamer gaat dan verwacht, heb ik hier over de mogelijke oorzaken geschreven: Waarom herstelt u niet in het verwachte tempo? →
Wanneer moet u voorzichtig zijn?
Een verandering van leefstijl is het veiligste „medicijn”, maar als u een chronische ziekte heeft, moet u enkele regels volgen:
- Zelfstandig stoppen met medicijnen – stop nooit zelf met uw bloeddrukmedicijn, diabetesmedicijn of andere medicatie en verlaag de dosering niet omdat u „zich al beter voelt”. Alleen de arts beslist over dosisverlaging op basis van uw verbeterde meetgegevens. Het terugkaatseffect van een abrupt gestopt medicijn kan gevaarlijker zijn dan de ziekte zelf.
- Bloedglucoseverlagende behandeling plus plotselinge verandering van voeding – als u insuline of een sulfonylureumderivaat gebruikt, kan een sterke vermindering van koolhydraten hypoglykemie veroorzaken. Overleg vóór een verandering van voeding en meet uw bloedsuiker vaker.
- Bekende hartziekte of pijn op de borst bij inspanning – vóór een trainingsprogramma is een medische beoordeling (inspannings-ECG) aangewezen. Bewegen mag en moet ook dan, maar binnen de beoordeelde grenzen en geleidelijk opgebouwd.
- Nieuwe of toenemende klacht tijdens de verandering van leefstijl – pijn op de borst, kortademigheid, een gevoel van flauwvallen, krachtsverlies aan één kant of plotselinge hevige hoofdpijn zijn geen „spierpijn na het sporten”: neem onmiddellijk contact op met een arts. Ook een geleidelijk afnemende belastbaarheid moet worden onderzocht en vraagt niet om meer wilskracht.
- Wonderdiëten, detoxkuren en programma’s om met medicijnen te stoppen – programma’s die binnen enkele weken sterk gewichtsverlies, genezing van alle ziekten of onmiddellijk stoppen met medicijnen beloven, zijn voor mensen met een chronische ziekte bijzonder gevaarlijk. Leefstijlgeneeskunde is langzaam, meetbaar en gebeurt onder medische begeleiding. Al het andere is verdacht. Lees hierover: Gratis gezondheidscheck – mogelijke misleiding →
Wat zeggen de onderzoeken? Op basis van vragen van lezers
„Ligt het niet aan de genen? Iedereen in mijn familie heeft diabetes.”
De aanleg wordt geërfd, de ziekte grotendeels niet. Volgens Amerikaanse cohortonderzoeken waarin meer dan 120.000 mensen tientallen jaren werden gevolgd, kan ongeveer 60% van de totale sterfte en meer dan 70% van de sterfte door hart- en vaatziekten worden toegeschreven aan het niet volgen van de vijf belangrijkste leefstijlfactoren2. De genen moeten het resterende deel bovendien delen met allerlei andere factoren. Familiaire clustering is namelijk niet alleen genetisch: het gaat ook om een gezamenlijke keuken, gezamenlijke gewoonten en gezamenlijk gebrek aan beweging. In de praktijk is uw familiegeschiedenis geen vonnis, maar een kaart. Ze laat zien waar u strenger voor uzelf moet zijn dan anderen.
„Kan diabetes echt in remissie gaan, of is dat overdreven?”
Bij vroege diabetes type 2 is dat niet overdreven. In het in The Lancet gepubliceerde DiRECT-onderzoek kwam 46% van de deelnemers met een gestructureerd programma om af te vallen binnen één jaar in remissie: zonder medicijnen een normale suikerhuishouding. Bij de gebruikelijke zorg was dat 4%; bij meer dan 15 kg gewichtsverlies was het remissiepercentage 86%.1 Twee belangrijke aanvullingen: aan het onderzoek deden mensen mee bij wie de ziekte minder dan 6 jaar bestond, dus hoe eerder u in actie komt, hoe groter de kans; en het behoud van remissie hangt af van het behouden van het gewicht. Wie weer aankomt, kan opnieuw diabetes krijgen. Daarom spreken we van remissie en niet van genezing.
„Is beweging bij hoge bloeddruk echt vergelijkbaar met een medicijn?”
Grofweg wel. Volgens een netwerkmeta-analyse van 270 gerandomiseerde onderzoeken geeft regelmatige training een systolische daling van 4–8 mmHg. Isometrische oefeningen stonden bovenaan (–8,2/–4,0 mmHg), gevolgd door gecombineerde training (–6,0/–2,5)3. Dat ligt in het bereik van de werking van een mild bloeddrukverlagend middel. Het verschil: medicijnen hebben bijwerkingen, beweging heeft „bijvoordelen”. Diezelfde wandeling heeft ook effect op bloedsuiker, stemming, slaap en gewrichten. De volgorde is wel belangrijk: bij ingestelde hoge bloeddruk komt beweging naast de medicatie. Op basis van uw meetdagboek beslist de arts over eventuele vermindering.
„Op mijn 50e (60e of 70e) maakt het toch niets meer uit?”
Het tegendeel is waar. De berekeningen zijn uitgevoerd voor de leeftijd van 50 jaar. Volgens het onderzoek kan iemand die op 50-jarige leeftijd alle vijf basisregels volgt als vrouw gemiddeld nog 43 jaar leven en als man 38 jaar. Wie geen enkele regel volgt, heeft een resterende levensverwachting van respectievelijk 29 en 25 jaar.2 De patiënten uit de Lifestyle Heart Trial die omkering van aderverkalking liet zien, waren gemiddeld ook in de vijftig of zestig.5 Het herstelvermogen van het lichaam is op hogere leeftijd trager, maar verdwijnt niet. Stoppen met roken, spierkracht opbouwen en de bloeddruk reguleren levert ook na het 70e jaar meetbare winst op, juist in de laatste levensdecennia waarin er het meest op het spel staat.
Veelgestelde vragen
Met bewegen. Bij de meeste mensen is dit de schakel die ook de andere schakels meetrekt: het verbetert de slaap, vermindert stress en eetlust en verbetert de stemming. Dagelijks 20-30 minuten stevig wandelen is het instapniveau, zonder apparatuur of kosten. Uitzondering: als u meerdere suikerhoudende dranken per dag drinkt, begin daar dan. Dat is de snelst renderende verandering die er is.
De bloeddruk en bloedsuikerspiegel kunnen al na 4–8 weken veranderen. Bij lichaamsgewicht is ongeveer 0,5 kg per week realistisch en vol te houden. De belastbaarheid (traplopen en wandelen) verbetert merkbaar in 6–8 weken. Voor laboratoriumwaarden zoals cholesterol en HbA1c zijn 3 maanden nodig. Daarom duurt het plan 90 dagen. Wat niet snel verandert, zijn het gewrichtskraakbeen en de vaatwand die zich tientallen jaren hebben aangepast. Daar is het resultaat dat de achteruitgang stopt of vertraagt. Dat is onzichtbaar, maar de waardevolste winst.
Niet per se. Tijdens een afspraak zijn de paar minuten per patiënt soms nauwelijks genoeg om de medicatie in te stellen, en in de artsenopleiding krijgt leefstijlgeneeskunde nog steeds weinig aandacht. Draai de situatie om: ga zelf met gegevens naar de arts. Neem uw bloeddruk- of bloedsuikerdagboek mee, vertel dat u bent begonnen met bewegen en uw voeding aanpast en vraag waar u op moet letten. De meeste artsen ondersteunen graag een patiënt die verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen gezondheid. Zij weten ook dat medicijnen alleen niet genoeg zijn.
Nee. Er bestaat geen vitamine, kruid of „vetverbrander” die één van de zes pijlers kan vervangen. Voedingssupplementen dragen hun rol al in hun naam: ze vullen aan, meestal bij een aangetoond tekort (vitamine D in de winter, B12 bij een veganistisch dieet of naast metformine). Ik heb apart geschreven over de mythe dat „een hoge dosis vitamine overal goed voor is”: Hoge doses vitamines en het immuunsysteem →. Besteed het geld dat u aan supplementen zou uitgeven liever aan groente en goede schoenen.
Aan de kant van de klachten, als aanvulling — en soms als ingang. TENS vermindert pijn zodat u kunt bewegen. Spierstimulatie activeert spieren die door de pijn niet meer werden getraind. Softlaser en magneetveldtherapie ondersteunen de behandeling van ontstekings- en slijtageklachten. Geen van deze methoden vervangt leefstijl. Maar als kniepijn het onmogelijk maakt om te gaan wandelen, is pijnbehandeling de eerste stap om uit de vicieuze cirkel te komen. Over de afzonderlijke methoden: Welke technologie waarvoor? →
Samenvatting – snel overzicht
Bronnen
- Lean MEJ, Leslie WS, Barnes AC, et al. Primary care-led weight management for remission of type 2 diabetes (DiRECT): an open-label, cluster-randomised trial. Lancet. 2018;391(10120):541-551. DOI: 10.1016/S0140-6736(17)33102-1
- Li Y, Pan A, Wang DD, et al. Impact of Healthy Lifestyle Factors on Life Expectancies in the US Population. Circulation. 2018;138(4):345-355. DOI: 10.1161/CIRCULATIONAHA.117.032047
- Edwards JJ, Deenmamode AHP, Griffiths M, et al. Exercise training and resting blood pressure: a large-scale pairwise and network meta-analysis of randomised controlled trials. Br J Sports Med. 2023;57(20):1317-1326. DOI: 10.1136/bjsports-2022-106503
- Messier SP, Gutekunst DJ, Davis C, DeVita P. Weight loss reduces knee-joint loads in overweight and obese older adults with knee osteoarthritis. Arthritis Rheum. 2005;52(7):2026-2032. DOI: 10.1002/art.21139
- Ornish D, Scherwitz LW, Billings JH, et al. Intensive lifestyle changes for reversal of coronary heart disease. JAMA. 1998;280(23):2001-2007. DOI: 10.1001/jama.280.23.2001
- World Health Organization. Noncommunicable diseases – Key facts. who.int